top klein

Rechtspraak

 

Meerwerk

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 april 2016 (GHARL: 2016:3347)

Aannemer vordert meerwerk. Aannemer stelt het 'normaal' is dat bij een bouwproject meerwerk in rekening wordt gebracht. Hij stelt bovendien dat opdrachtgever door het meerwerk is 'verrijkt' doordat zijn pand nu meer waard is.

Gerechtshof: op grond van de wet kan een aannemer alleen meerwerk vorderen als opdrachtgever opdracht heeft gegeven voor meerwerk, of als aannemer kan bewijzen dat opdrachtgever de noodzaak van de te verrichten extra werkzaamheden uit zichzelf had moeten begrijpen. Aannemer is er niet in geslaagd bewijs hiervan te leveren. Ook kan zijn vordering niet gebaseerd worden op 'verrijking' van opdrachtgever. De meerwerk vordering wordt afgewezen.

 

In gebreke stellen aannemer

Rechtbank Overijssel 20 maart 2019 RBOVE:2019:974

In artikel 7:759 lid 1 BW is, voor zover hier van belang, bepaald dat indien het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, aan de aannemer de gelegenheid moet geven de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen.

De wetgever heeft in artikel 7:759 BW voor de aannemer dus een aanspraak ten opzichte van de opdrachtgever gecreëerd om in de gelegenheid te worden gesteld de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. Volgens de parlementaire geschiedenis bij dit artikel is de gedachte hierachter dat het bij de aannemingsovereenkomst in het algemeen gewenst is dat de aannemer (behalve het betalen van vervangende ook) het betalen van aanvullende schadevergoeding zoveel mogelijk kan ontgaan door de gebreken in het opgeleverde werk waarvoor hij aansprakelijk is, binnen een redelijke termijn weg te nemen (TM, Kamerstukken II 1992/93, 23 095, nr. 3, p. 29). Het zelf herstellen van die gebreken zal voor de aannemer doorgaans minder kosten met zich brengen dan het vergoeden van door een derde verrichte herstelwerkzaamheden. De gelegenheid tot het verrichten van herstelwerkzaamheden kan worden geboden doordat de opdrachtgever de aannemer in gebreke stelt, maar die vorm is niet vereist (vgl. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 december 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY6203). Van belang is dat de opdrachtgever de aannemer op duidelijke en in niet mis te verstane bewoordingen in de gelegenheid stelt om de gebreken weg te nemen. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het, behoudens bijzondere omstandigheden, aan de aannemer is om te bepalen op welke wijze de gebreken zullen worden hersteld, tenzij het zonneklaar is dat de door de aannemer voorgestane wijze van herstel ondeugdelijk is.